De aanschaf van een fietskar

Er is inmiddels een enorm aanbod aan fietskarren. Hoe maak je een goede keuze? Echt slechte karren lijken er niet te zijn. Ze zijn echter niet allemaal even geschikt voor fietsvakanties. Je vindt hier algemene informatie over fietskarren én over de keuzes die je kunt maken.

Eén- of tweepersoonskar?Samen in de fietskar (foto familie Westerink)

De meeste karren zijn voor twee kinderen. Omdat veel fietsers nu eenmaal graag twee kinderen willen kunnen vervoeren. Voordeel is ook dat je er meestal wat meer bagage in kwijt kan. Een kar voor één kind is smaller. Je bent dus wendbaarder en kunt er beter mee uit de voeten op smalle weggetjes. Een kleinere kar neemt minder ruimte in de trein, vliegtuig en schuur in.
Fietskarren zijn erg stabiel en slaan niet snel om. Een brede kar is nog net iets stabieler dan een smalle.

Kuip van kunststof of van doek?

Ben je van het ‘sportieve fietsen’ en rijd je graag een heuvel op? Kies dan voor een zo licht mogelijke kar, met een onderkant van doek. Vindt je extra gewicht geen punt, en moet de kar vooral heel sterk en duurzaam zijn, dan kun je voor een harde kuip kiezen. Hoge of lage kar?
De hoogte kan nogal variëren. Voordeel van een hoge kar is dat er ook langere kinderen in passen. Een nadeel is dat je meer wind vangt tijdens het fietsen. Dat kan vervelend zijn.

Bij je aanschaf kun je verder letten op:

InklapbaarheidDaan in de Burley d'Lite
De meeste fietskarren zijn in te klappen. Het gaat echter niet bij alle karren even eenvoudig. Je kunt letten op het gemak en op het volume. Dus hoeveel ruimte neemt de kar - als deze is ingeklapt - in? En hoe makkelijk gaat dit? Kun je bijvoorbeeld zonder gereedschap de wielen eruit pakken? Deze zaken zijn vooral van belang als je van plan bent de kar mee te nemen in bijvoorbeeld de trein.

Zitting en gordels
Daarin zitten nogal wat verschillen. Van een minimaal bankje en kale gordeltjes, tot verstelbare stoeltjes en gevoerde schouderriempjes. In sommige karren zitten speciale sleuven om een babyschelp of maxi-cosi te bevestigen.

KoppelingFamilie Borstlap
Er zijn verschillende systemen. Bij sommige merken kun je kiezen welke koppeling je voor de kar wilt. Dit zijn de meest voorkomende systemen.

  • Universele koppeling. Vooral handig als je de kar met meerdere fietsen wilt gebruiken. Je klemt de koppeling om de liggende achtervork (of in de achterhoek van het frame).
  • Koppeling aan as. Tweedelig. Het ene deel zit permanent aan de achteras van je fiets. De dissel van de kar schuift je eenvoudig in de houder.
  • Weberkoppeling, ook wel snelkoppeling genoemd. Tweedelige koppeling. De disselstang schuif je op het koppelingsdeel en je draait hem met een kwartslag vast.

ZwaartepuntLekker een flesje drinken (foto familie Kloosterman)
Hoe lager het zwaartepunt van de fietskar, hoe beter de wegligging. Het zijn met name de ‘sportieve’, lichtgewicht karren de zo’n laag zwaartepunt hebben.
 
 
Verlichting en reflectoren
Dit is wettelijk verplicht:
  • een rode retro-reflector (niet-driehoekig) achter op de kar, uiterst links, tussen 35 en 90 cm boven het wegdek
  • witte of gele retro-reflectoren aan de wielen (moeten omtrek volgen)
  • in het donker: één (goedgekeurd) rood achterlicht. Uiterst links, tussen 25 m en 120 cm boven het wegdek. Knipperende verlichting mag niet.

En dit mag:In diepe slaap...

  • één of twee witte retro-reflectoren aan de voorkant
  • ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig
  • één extra niet-driehoekige rode retro-reflector aan de achterzijde


Lees verder:

 

De fietskar is ook als wandelwagen te gebruiken